U bent hier: Home / Luchtkwaliteit / Metingen / Ozon / Historiek / Trends / AOT40 bossen

AOT40 bossen

O3 Jaargemiddelde | NET60 | AOT60 | AOT40-vegetatie | AOT40-bossen

Alle data hieronder zijn het resultaat van de RIO-interpolatietechniek, een techniek waarbij de meetresultaten worden geïnterpoleerd op een grid met een resolutie van 4x4 km2. Lokaal kunnen de concentraties hoger of lager zijn.

De Europese Unie heeft ter bescherming van de vegetatie en bossen een overlastindicator gedefinieerd. De AOT40 (= Accumulated Ozone exposure over a Threshold of 40 ppb (=80 µg/m³)) voor bossen telt alle overschotten boven 80 µg/m³ op van alle uurwaarden tussen 8 u en 20 u MET (Midden Europese Tijd = Universele Tijd (UT) + 1) in de periode april-september. Die indicator is bedoeld ter bescherming van de bossen. De AOT40 kwantificeert enkel de blootstelling aan ozon en dus niet de daadwerkelijke ozonopname (en dus schade) van de vegetatie.

Ruimtelijke trend

De grootste overlast voor bossen was net zoals voor de andere ozonindicatoren te vinden in het zuidelijk deel van het land, waar zich ook de meeste bosbestanden bevinden. Vooral in het gebied ten zuiden van de Samber- en Maasvallei wordt de zwaarste ozonoverlast opgetekend. Het maximum in 2015 bedroeg 21493 (µg/m³).u. Minder dan 1% van de Belgische bossen ondervond een overlast hoger dan de referentiewaarde van 20000 (µg/m³).u. In praktisch alle bosbestanden (95,8%) lag de ozonoverlast boven het kritische UNECE-niveau van 10000 (µg/m³).u.

o3_aot40for_5y_spatial_trend_2015

Ruimtelijke spreiding van de ozonoverlast voor bossen (AOT40 voor bossen), 5-jaargemiddelde 2011-2015. 'Insufficient data' betekent dat de data niet voldoen aan de criteria uit richtlijn 2008/50/EG annex VII voor het aggregeren van de meetgegevens. Alles data werden berekend op basis van de RIO-interpolatietechniek.