Maatregelen tegen ozonvervuiling : zin en onzin van kortetermijnmaatregelen

Zoals reeds meermaals door IRCEL-CELINE is gezegd en geschreven : het treffen van kortetermijnmaatregelen (zoals bijvoorbeeld de snelheidsbeperkingen op 6/8/03 in Luxemburg) tijdens een aan de gang zijnde ozon smogepisode heeft buiten een sensibiliserend effect geen enkele zin.Omwille van de beperkte emissiereductie van ozonprecursoren door die maatregelen en omwille van de niet-lineariteit van het ozonvormingsproces hebben die maatregelen tijdens een episode een averechts effect: zulke maatregelen zullen de ozonconcentraties doen stijgen.

Enkel duurzame, drastische en Europese maatregelen kunnen het ozonprobleem oplossen.
Eén van de belangrijkste maatregelen in dit verband genomen, is de “NEM” (Nationale Emissie Maxima) EU-richtlijn, die oplegt hoeveel van de ozonvormende en verzurende stoffen elke lidstaat elk jaar nog mag uitstoten. Voor België betekent dit een reductie (tov 1999, zie http://www.emep.int) van NOx en VOS (de belangrijkste ozonprecursoren) met respectievelijk 39 en 44 %. De tekst van de NEM richtlijn (NL) kan u hier vinden.
Om deze emissie doelstellingen te bereiken, zullen in alle sectoren (verkeer, industrie, huishoudens)  die ozonvoorlopers produceren belangrijke inspanningen nodig zijn.

In verschillende Europese studies, waaronder het VITO rapport : “Evaluatie van de effectiviteit van ozonmaatregelen voor de verbetering van de luchtkwaliteit en de vermindering van de hoge ozonconcentraties in België" (mei 1998) en het eindverslag van de EU-werkgroep “guidance for implementing Directive 2002/3/EC relating to ozone in ambient air” komen verschillende Europese ozon experten tot de volgende conclusies :

In de meeste noordwest en centraal Europese landen is :

- het aantal overschrijdingen van de ozon waarschuwingsdrempel (180 µg/m³) sinds midden de jaren 90 gedaald;
- het bewezen dat kortetermijnmaatregelen in de jaren 90 in een aantal landen, slechts een beperkt ozonreductiepotentieel hadden;
- door implementatie van Europese richtlijnen (bijv. het sterk in aantal vermeerderde voertuigen met katalysator) een aantal vroegere kortetermijnmaatregelen (bijv. bannen van voertuigen zonder katalysator) ondertussen achterhaald.

Het potentieel van extra lokale of (sub)regionale kortetermijnmaatregelen om ozon piekconcentraties te vermijden is bijgevolg verwaarloosbaar en zelfs achterhaald.

Tijdelijke maatregelen (gedurende 3 zomermaanden met als bedoeling het aantal overschrijdingen van een uurlijkse ozonconcentratie van 240 µg/m³ te beperken) verminderen de ozon piekconcentraties ten hoogste met 5% (vooral omwille van de relatief lage emissiereducties van zulke maatregelen). Dit is het geval voor bijna alle verkeersgerichte maatregelen zoals snelheidsbeperkingen of het bannen van de meest vervuilende voertuigen op (sub)regionale schaal.

Een combinatie van verschillende lokale maatregelen (waarbij ook de industrie en huishoudens worden betrokken) kunnen een hoger ozonreductiepotentieel teweegbrengen. Deze maatregelen zijn echter maar substantieel efficiënt in een Europese context en hebben een reductiepotentieel van ten hoogste 20%

In sommige landen (waaronder België) waar de ozonvorming vooral gedomineerd wordt door de hoeveelheid aanwezige VOC in de lucht (vluchtige organische componenten) kunnen beperkte lokale maatregelen zelfs leiden tot een stijging van de ozon piekconcentraties (zie het ozon “weekend”effect : in het weekend is er ondanks verminderde verkeersemissies in Noordwest-Europese steden gemiddeld meer ozon dan tijdens de week !). Dit in tegenstelling tot sommige Zuid-Europese regio's of steden (bijvb. Athene) waar de ozonvorming vooral gedomineerd wordt door de aanwezigheid van NOx  en waar lokale kortetermijnmaatregelen wel ozonreducerend kunnen werken.

Meer informatie over het onstaan van ozon, de gezondheidseffecten enz. vindt u op onze ozon FAQ pagina