U bent hier: Home / Documentatie / FAQ / Welke acties onderneemt men in Belgie tegen smog episodes?

Welke acties onderneemt men in Belgie tegen smog episodes?

De Europese Commissie verplicht de Lidstaten om actieplannen op te stellen teneinde het risico op overschrijdingen van de streef- of grenswaarden en de duur ervan te beperken. Deze plannen kunnen bestaan uit controlemaatregelen en, indien noodzakelijk, verbod op bepaalde activiteiten (inclusie wegverkeer), die bijdragen aan het overschrijden van de grenswaarden. Lidstaten kunnen ook overwegen om meer gerichte maatregelen te treffen om de kwetsbare bevolkingsgroepen, waaronder kinderen, te beschermen.

Op 2 september 2008 hebben de bevoegde Ministers van Milieu van de drie Gewesten samen met de Interregionale Cel voor het Leefmilieu (IRCEL) het protocol aangenomen die de coördinatie bepaalt tijdens periodes van vervuiling. Het protocol treedt in actie bij pollutiepieken van PM10 of NO2. Op  basis van het samenwerkingsakkoord tussen het Brusselse, Vlaamse en Waalse Gewest inzake het toezicht op emissies in de lucht en op de structurering van de gegevens (Belgisch Staatsblad 24-06-1994, p 17211), is het de taak van de Interregionale Cel voor het Leefmilieu voor “het opvolgen van fases van toenemende vervuiling en het verwittigen van de verantwoordelijke instanties die door de Gewesten aangeduid zijn”. In het bijzonder verspreidt IRCEL een informatiebulletin indien  er verhoogde concentraties van fijnstof (PM10) en/of stikstofdioxide (NO2) voorspeld of gemeten zijn. Deze taken worden uitgevoerd vanaf december 2003 op vraag van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, sinds januari 2005 op vraag van het Vlaams Gewest en sinds december 2005 voor het Waalse Gewest.

Om episodes van verhoogde concentraties te voorspellen, maakt IRCEL gebruik van voorspellingen afkomstig van meteorologische modellen (ALADIN, ECMWF) om dispersiecondities te identieficeren. Daarnaast worden ook voorspellingen gebruikt afkomstig van modellen die bij IRCEL zelf draaien (onder andere SMOGSTOP, OVL, CHIMERE) die de concentraties voorspellen. Deze verschillende informatiebronnen worden geanalyseerd, vergeleken en geconfronteerd met eerdere ervaringen binnen het veld van de luchtkwaliteitsvoorspellingen.

Activatie van het protocol: De activatie van het protocol bestaat uit twee fases: een pre-alarm fase, gevolgd door een alarmfase.

  1. Pré-alarm fase

Deze fase gaat van start om bepaalde diensten van de Gewesten in staat van paraatheid te brengen, en begint als voorspellingen wijzen op overschrijdingen van de regionale drempelwaarden voor PM10 van 70 µg/m³ (dagelijkse concentratie) voor tenminste twee opeenvolgende dagen. NO2, een van de belangrijkste polluenten binnen de verkeerssector, wordt specifiek opgenomen in het Brusselse actieplan, en de eerste drempelwaarde bedraagt 150 µg/m³

De drempelwaarde van 70 µg/m³ wordt in alle drie de Gewesten gehanteerd, alleen is de geografische invulling verschillend:

  • Brussel: De daggemiddelde concentratie van 70 µg/m³ moet bereikt worden in minstens twee Brusselse meetstations
  • Wallonië: de concentratie van 70 µg/m³ moet bereikt worden gemiddeld gezien in twee geografische zones in Wallonië, in het noorden en in het zuiden.
  • Vlaanderen: De daggemiddelde concentratie van 70 µg/m³ moet bereikt worden over het volledige Vlaamse Gewest.

 Dit wordt grafischer voorgesteld aan de hand van onderstaand schema:

aankondiging smogalarm_juiste waarde

   2.  Alarmfase

De alarmfase wordt één dag voor het begin van de episode met verhoogde vervuiling geactiveerd. Deze fase vindt enkel plaats als de voorspellingen van IRCEL het risico op verhoogde vervuiling bevestigen die eerder bij de pre-alarmfase werden voorspeld.

De activatie van de alarmfase impliceert dat men vanuit IRCEL een informatiebulletin verspreidt die volgende gegevens bevat:

  • De oorzaken van de episode met verhoogde vervuiling
  • De huidige situatie en de vermoedelijke evolutie
  • De aarde van de polluenten
  • Algemene aanbevelingen voor de volksgezondheid en uit te voeren acties om de emissies te beperken.

Verlenging en einde van een smog-episode

Een smog-episode voorspeld door IRCEL duurt altijd minstens twee dagen. In het geval dat de smog-episode langer zal duren dan twee dagen, communiceert IRCEL te beginnen vanaf de tweede dag een intern bericht over de vermoedelijke evolutie van de situatie. Indien noodzakelijk kan men ook een bericht aan de pers verzenden. Op basis van analyses en interpretaties van gemeten  en voorspelde concentraties, bericht IRCEL over het einde van de smog-episode, en dit één dag voor dit einde. Dit bericht wordt ook integraal gecommuniceerd naar de media.

Activatie van regionale actieplannen

Wanneer de alarmfase van kracht is, moet elk Gewest de voorziene maatregelen uit de noodplannen bij piekconcentraties van fijnstof in werking stellen.

Voor meer informatie over de regionale plannen verwijzen we door naar onderstaande sites:

Brussels Hoofdstedelijk Gewest:

Waals Gewest:

Vlaams Gewest:

Bovenop de drempelwaarde van 70µg/m³ voorzien de plannen in Brussel en Wallonië twee extra interventiedrempels (100 & 200 µg/m³) met verschillende bijkomstige maatregelen. Voor NO2 zijn de twee extra drempalwaarden vastgelegd op 200 en 400 µg/m³

 

Schematisch worden de verschillende fases in een smog-protocol en -episode als volgt voorgesteld:

Fases bij een smogalarm

Navigatie